Waar het om gaat – John O’Donohue

Er bestaat geen handleiding voor de constructie van het individu die je verlangt te worden. Alleen jij kan hierover beslissen en hier het levenswerk van maken dat dergelijke onderneming vereist.

Dit is zo’n wonderlijk privilege en zo’n spannend avontuur. Het is een grote zegen te groeien tot de persoon waar je diepste verlangen naar hunkert. Indien je de creatieve harmonie kan vinden tussen jouw ziel en jouw leven, dan heb je iets eindeloos kostbaars ontdekt.

Misschien slaag je er niet in om veel te doen aan de grote wereldproblemen, of kan je de situatie waarin je je bevindt niet veranderen, maar als je de innerlijke schoonheid en het licht van je ziel kan wakker maken, dan schenk je licht waarheen je ook gaat.

De gave van het leven is ons voor onszelf gegeven, en ook om voor de anderen vrede, moed en mededogen te brengen.

John O’ Donohue, fragment uit Eternal Echoes – Exploring our Hunger to Belong (eigen vertaling)

Geplaatst in boeken, de geheime schatkist, herverteld, stilte | Een reactie plaatsen

Knaldrang in de Warring Twenties

Eind 2021 werd in Vlaanderen knaldrang gekozen als woord van het jaar, wat perfect paste in de verwachting dat de rest van het decennium een heruitgave zou zijn van de legendarische twintiger jaren, de roaring twenties van een eeuw geleden. Commentatoren alom waren het erover eens dat we daar aan toe waren: we hadden immers de strijd tegen Het Virus zo goed als achter de rug, de wetenschap had ons zo ongeveer gered, de technologie had ons swingende QR-codes bezorgd, en zolang die netjes gescand bleven, konden we er bijna, maar nog niet helemaal weer tegenaan en ons een hersenschudding headbangen in tomeloos gezelschap van gelijkgezinde virusvrije vrolijke vrienden.

In de lente van 2022 krijgt het woord knaldrang wel een heel bijzondere bijsmaak. Vooral machthebbers hebben er last van. Zij zien met genoegen hun aandelen in staalfabrieken de hoogte in gaan zodra ze heftige uitspraken doen die ook wapentuigfabrikanten en bouwers van atoomschuilkelders graag horen.

Ik gebruik het woord machthebbers bewust: zij die macht hebben en die graag gebruiken om een plaats in de geschiedenisboeken te veroveren. Niet: politici. Een politicus zou iemand moeten zijn die met kennis van zaken en liefde voor de mens die hem/haar een mandaat bezorgde, een staat bestuurt, wars van eigenbelang.

Het is iemand die bijvoorbeeld goed naar de Dalai Lama luistert en dan wijze beslissingen neemt:

Oorlog is niet meer van deze tijd – de enige weg is geweldloosheid. We moeten een gevoel van intermenselijke eenheid ontwikkelen door andere mensen als broers en zussen te zien. Zo kunnen we een meer vredevolle wereld bouwen.

Het heeft er alle schijn van dat het knalkrediet van de wereldbol al opgebruikt is voor 2022. Tijd voor een nieuw woord dat een nieuwe lente inluidt.

Wat dacht je van vrede? Laten we daar eens grenzeloos mee uit de bol gaan.

Geplaatst in amusement, wereld | 1 reactie

Want zij bestonden

Het is 14 februari 2022, de verjaardag van Mick. Hij zou 75 geworden zijn. Toen ik ‘When Great Trees Fall’ van Maya Angelou onlangs voor het eerst hoorde reciteren, moest ik aan hem denken. In de voorbije weken heb ik het in het Nederlands vertaald. Het is een vrije vertaling, die het origineel niet pretendeert te evenaren. In herinnering aan Mick, en zoveel andere grootse zielen die me diep hebben geraakt.

Want zij bestonden – Naar ‘When Great Trees Fall’ van Maya Angelou

Als grote bomen vallen,
sidderen rotsen op verre heuvels,
hurken leeuwen in het hoge gras,
en zelfs olifanten zoeken
struikelend een schuilplaats.

Als grote bomen vallen
in de wouden,
kruipen kleine wezens stil in hun schulp
hun zinnen verweerd,
de angst voorbij.

Als grote zielen sterven
wordt de lucht rondom ons
licht, ijl, steriel.
We happen naar adem, heel even.
Onze ogen kijken, heel even,
in een pijnlijke helderheid.
Met plotse scherpte gaat onze herinnering
op onderzoek,
knabbelt aan warme woorden
nooit uitgesproken,
de belofte van paden
nooit begaan.

Grote zielen sterven
En wat onze werkelijkheid
aan de hunne bindt, verlaat ons.
Onze zielen die zich aan
hen laafden,
krimpen nu ineen, verschrompelen.
Onze geesten, gedragen
en gekoesterd in hun
schittering,
verzwakken.

Niet zozeer zijn wij tot waanzin gedreven
als wel gereduceerd
tot de onuitsprekelijke onwetendheid
van duistere, koude
kelders.

En als grote zielen sterven,
bloeit er vrede na een tijd
met trage, onregelmatige
zekerheid. Ruimtes vullen zich
met een soort tedere
elektrische trilling.
Onze zinnen, hersteld
maar nooit meer hetzelfde, fluisteren ons toe.

Zij bestonden. Zij bestonden.
We mogen er zijn. Zijn en beter zijn.

Want zij bestonden.

Geplaatst in herverteld, poezie, stilte | 2 reacties

Thich Nhat Hahn (1926-2022)

Dus lach samen met mij,

hou mijn hand vast,

laten we afscheid nemen,

vaarwel zeggen

om elkaar binnenkort weer te ontmoeten.

(Volledige vertaling vind je hier)

Dit is zijn levensverhaal.

Geplaatst in herverteld, poezie, stilte | Een reactie plaatsen

Een gunstige dag *

Jaag het verleden niet achterna,
of verlang niet naar de toekomst.
Het verleden is voorbij,
de toekomst is veraf.

Heb inzicht in alles wat nu gebeurt,
exact waar het zich voordoet;
niet aarzelend en niet ongerust,
wetend dat kennis van het nu
de geest ontwikkelt.

Doe toegewijd wat vandaag moet gedaan worden –
wie weet komt morgen de dood.
Er is geen onderhandelen mogelijk met
Sterfelijkheid en zijn machtige leger.

Wie met actieve toewijding
– zowel overdag als ’s nachts –
aanwezig is, beleeft een gunstige dag.
Dat zegt de wijze, in vrede met zichzelf.

* Mijn vertaling van de vroeg-Boeddhistische tekst “An Auspicious Day” – Oorspronkelijke vertaling door Gil Fronsdal in zijn boek The Buddha before Buddhism, Wisdom from the Early Teachings, Shambala Press, 2016

Geplaatst in boeken, herverteld, poezie, stilte | 2 reacties

Merkwaardig

Dit gedicht schreef ik bijna tien jaar geleden. Ik publiceer het vandaag, omdat het  op lijkt dat onze waarheden steeds bitterder, harder, meer gebetonneerd worden.   

Merkwaardig

Hoe maakbaar de mens
Hij kneedt zijn gedachten
En doet zichzelf geloven

In wat goed is
In wat moet
In wat moed is

Eenmaal overtuigd
Smeedt hij vanzelf zijn kooi
Met waarheden van staal

Getekend
gestempeld
geboekstaafd

Zegt hij dat het zo is
En niet anders

Nooit meer anders

Merkwaardig
Hoe breekbaar

uit “In Steyl, getekende gedichten”, een privé-uitgave (2014)

Geplaatst in poezie | 1 reactie

Bijlange niet, bijlange niet (voor een kleindochter)

Vlak voor zijn vertrek kwamen er steeds meer buitenaardse wezens opdagen. Ze droegen een wit ruimtepak,dat hen van kop tot teen beschermde, en achter een troebel plastic scherm ging een zweem van ogen schuil. Geen monden. Alleen ogen, roodomrande ogen die bang en verdrietig tegelijk naar hem keken.

De ruimtewezens zagen er allemaal hetzelfde uit, en allemaal brabbelden ze wat onverstaanbaars buitenaards en maakten gebaren als om hem gerust te stellen dat de reis wel zou meevallen. Hij vertrouwde het niet, kromp ineen op zijn bed, schudde zijn hoofd. Begrepen ze het dan niet? Hij wilde niet op ruimtereis met die Marsmannetjes. Hij wilde alleen maar terug naar zijn vrouw die hij zo plots verloren had, zijn zonnetje, zijn maatje, zijn zijn zijn…

De buitenaardse wezen mochten hem niet aanraken. Telkens als er eentje te dichtbij durfde te komen, steeg er een dreigend geroezemoes op, orona, oloha, aloha…Aloha? Naar Hawaï. Daar omkransten ze je met bloemen en een glimlach. Mensen! Mensen hadden een mond en een glimlach. Waar waren alle mensen naartoe?

Naar Hawaï. Het sloeg nergens op, niets sloeg nog ergens op, en toen er een van die buitenaardsen toch te dichtbij kwam, moest hij zich tegenhouden om het monster niet een mep te geven. Zodat het tenminste ergens op zou slaan.

Maar ach, ze kunnen er ook niet aan doen. Zie ze daar hulpeloos staan, wapperend met hun behandschoende tentakeltjes, en nu schuifelen ze de deur uit, terug naar hun ruimteschip, waar ze ongeduldig wachten tot het biepen ophoudt en ze hem kunnen meenemen, waar naartoe, de ruimte is oneindig, de aarde slechts een knikkertje maar ergens, ergens is zij, en wacht ze op hem, zijn zonnetje, zijn meisje met de stralende lach.

Nu blijft alleen nog de biepende teletijdmachine hem gezelschap houden, en zolang die zijn eentonig liedje zingt, hoeft hij niets te vrezen. We gaan nog niet naar Mars, bijlange niet, bijlange niet.

Er staan twee hoge bomen voor het raam. Hun kruinen dansen tegen elkaar op in de schemering. Vanuit de teletijdmachine komt zijn kleindochter te voorschijn, gaat naast hem zitten en legt haar arm om zijn schouder. Samen kijken ze naar het dansende gebladerte.

“Dikke bomen, hé meisje,” zegt hij. “Ze zijn samen en hebben diepe wortels die onontwarbaar met elkaar verstrengeld zijn. Dat maakt hen sterk.” Hij vleit zich tegen haar aan en voelt haar stem binnenin trillen als ze zegt: “Jij en oma.”

Dat waren wij. Dat zal ik weer zijn, zodra ik terug bij haar ben.

Hij voelt de langgerekte fluittoon, nog voor hij ze hoort. Dan davert de stilte.

Buitenaardsen marcheren na enkele seconden de kamer binnen, koppelen hem los, pakken zijn lichaam in, maken het zorgvuldig klaar voor de ruimtereis. Hij heeft met hen te doen, want ze beseffen niet dat ze niet hem meenemen, maar een omhulsel dat niets meer te betekenen heeft.

“Arme oude man, net geen honderd geworden, en zo eenzaam moeten sterven.”

“Regels zijn regels. Niets aan te veranderen.”

De bomen bij het raam wroeten hun wortels diep in elkaar. Zij weten wel beter.

Geplaatst in stilte | 1 reactie

Rozemieke

Samen met haar witvachtige tegenpool Annemieke was ze de eerste miniatuurschapenparel aan onze weidekroon. Rozemieke, zwart als de nacht, ze is niet meer. We verwierven haar en haar vriendin een ongeteld aantal jaren geleden voor een stevige transfersom – nee, kopen gebruik ik liever niet, dat woord gebruik je toch niet voor edele dwergschapen, laten we dat maar voorbehouden voor sommige mensensoorten zoals professionele balletjesschoppers – van een oude dame die hen in haar tuintje had gekoesterd, en hen had verwend met koffiekoeken en oud stokbrood zodat ze hier wel even aan het grassige dieet moesten wennen.

Het vele kauwen op oud brood had Rozemieke tanden gekost en een vetlaag die de dierenarts deed huiveren, en toen ze een jaar later Annemieke verloor aan een desastreuze zwangerschap werd ze wat bitsiger, eenkenniger. Ook toen er nieuwe schapenzussen bijkwamen, bleef ze haar eigen pad bewandelen, koppig en trots. Het schapenhok was van haar, en wie te dicht in de buurt kwam, kon zich aan een fikse kopstoot verwachten.

We telden Rozemiekes jaren niet, en al werd ze trager en tandelozer, toch kwam haar einde als een verrassing. Daar lag ze opeens, in de schaduw van de treurwilg en stond niet meer op. De vliegen op haar vacht vertelden boekdelen. Ze keek niet meer om zich heen, sabbelde niet meer aan een mals klavertje.

Het is vreemd hoe vanzelfsprekend we euthanasie vinden voor onze viervoetige geliefden. De veearts kon niet snel genoeg gebeld worden, het spuitje niet rap genoeg in haar door vliegen gekwelde lijfje gezet worden. Het was een troost te horen dat ze nog niet lang aan het zieltogen was geweest, niet lang genoeg voor de vliegeneitjes om maden te worden en haar levend op te vreten.

Toen ze niet meer was, telden we de jaren. Toch minstens elf moest ze zijn geweest. Misschien was dat al ruim de tachtig voorbij, in schapenjaren.

Ze had een bewogen, ruim en weids leven gehad, besloten we. Alleen een afscheidsrede ontbrak nog om het compleet te maken.

Geplaatst in wereld | 3 reacties

Kermis in de hel

De stem van mijn moeder in mijn hoofd. Het is juli. Dan is de herinnering aan haar levendiger dan ooit.

  • Wat ben je aan het doen, meisje?
  • Ik maak een nieuwe categorie in mijn blogjes, die Tour de France heet.
  • En, zijn ze er op tijd aan begonnen dit jaar?
  • Een week te vroeg zelfs, ’t schooljaar was nog niet uit.
  • Awel merci, er zijn geen zekerheden meer. En, nog steeds van die corolla overal?
  • Corona, mama. Eh, ja zeker?
  • Niet gemakkelijk, ik hoor het. Ja, zo’n corolla moet zijn tijd hebben. En gaat het voor de rest een beetje?

Er is niet zoveel rest, en dus zwijg ik. Zal ik over het weer beginnen? Engelen kunnen je gedachten lezen. Dat is wel nog een zekerheid.

  • Doef weer zeker? Plakkerig? De melk wordt zuur in de frigo en begint te kabbelen?
  • Zo is dat. Regen en zon tegelijk vandaag.
  • Ah, als ’t regent en de zonne schijnt…

De jongens op de hoogtechnologische lichtgewicht fiets hebben het ook moeilijk. Ze zweten bergopbergaf in hun plastic jasjes, hebben problemen om de verpakking van hun caloriebommetjes open te prutsen achter het stuur, en eindigen met een mond vol aluminiumfolie. Volgwagens met roodhoofdige heren die schreeuwen door open raampjes; smalle straten bezaaid met gekken in wapperende vodden, ze struikelen bergop de renners achterna, zwaaiend met vlaggen en smartfoon. Je vraagt je af welke kermis ze in hun hoofd willen stilleggen met zoveel geweld.

Ach, misschien toch nog veel zekerheden.

Regen in de zonneschijn. Kermis in de hel. Dus vast ergens een regenboog.

Geplaatst in Tour de France | 2 reacties

Stop

De schapen zijn geschoren. Blootvels en tien centimeter gekrompen, rennen ze achter elkaar aan, botsen tegen elkaar op en maken ruzie. Alsof ze elkaar niet meer herkennen, en dus heel die complexe interschapelijke relatie weer op poten moeten zetten. Het is niet gemakkelijk schaap te zijn in een plots ontwolde werkelijkheid.

Het is ook niet gemakkelijk mens te zijn, dat heb ik mijn leven lang al gevonden, en nu draag ik een boek met me mee de tuin in, dat This Difficult Thing of Being Human* heet. Het ligt open op het ronde, groene tuintafeltje en er wandelt een mier naartoe die tussen de pagina’s dreigt te verdwijnen. Ik blaas hem weg, liefdevol, want het boek vertelt over de verbondenheid van alles met iedereen, en daar wil ik graag werk van maken, van die verbondenheid, nu ik meer dan ooit het gevoel heb een eiland te worden in een stroom van “zo moet het, want anders” waarin vriend en vriend lijnrecht en zonder enige nuance tegenover elkaar staan. Het Gevaarlijkste Virus heet Verdeel en Heers, en nooit was nuance zo ver zoek als vandaag. Of beter: zo voel ik dat.

De ondertitel is The Art of Self-Compassion – hoe heerlijk toch dat men in het Engels de titels met zo veel hoofdletters siert – en aangezien het Zelf in het boeddhisme een rekbaar begrip is, strekt die compassie zich eindeloos uit, naar alle extremen die je maar kunt bedenken, van huidskleur tot gender, van goedmens tot goed zot.

Hoe meer ik het boek lees, hoe meer ik het met Steven Laureys eens ben dat je van meditatie maar beter een verplicht vak maakt op school. En aangezien kinderen uiteindelijk hun ouders opvoeden, komt het dan met de andere generaties op termijn ook goed. Als we die termijn tenminste nog hebben, mompelt de eeuwige pessimist in mij want kijk: ik kan dit jaar de bijen tellen zonder mijn tel te verliezen.

De man die het boek schreef, dat had ik je nog niet verteld, is een boeddhistische leraar die Bodhipaksa genoemd wil worden, ik stel me voor hoe hij met ganzenveer en onuitwisbare inkt zorgvuldig zijn woorden op gerecycleerd papier kraste, met maar een enkel doel: de bijen te redden. Maar daartoe moet hij eerst een veel minder nuttige diersoort heropvoeden.

De boodschap is in mijn ogen simpel: begin ermee door er stil bij te staan.

Stop.

*Bodhipaksa: This Difficult Thing of Being Human, the Art fo Self-Compassion, Parallax Press, 2019 (https://www.wildmind.org/)

Geplaatst in amusement, boeken, wereld | 1 reactie