Het Ophelia wonder

Ondanks het heftige licht buigen de zonnebloemen hun hoofden. Uitgebloeid, zwaar van zaden. Tractorgejengel vult de vallei. De velden worden omgeploegd en schoongemaakt met een dodelijk efficiënt reinigingsproduct dat nu ook mijn favoriete ijsjesmerk giftig heeft gemaakt. Ik wandel door het sappige weidegras en tel de distels en mijn zegeningen. Beide zijn veelvuldig en horen bij elkaar.

Het is lang geleden, vertel ik mezelf, dat je nog eens iets zo maar schreef omdat je dat prettig vindt.

– Wat als je het opschrijft, dat van die zonnebloemen?

– Wat dan?

– Het hoeft niet allemaal gedrenkt te zijn in betekenis, doordrongen te zijn van zin.

Deze bizarre oktoberse nazomerdag is te danken aan een orkaan die Ophelia heet en die op zo’n duizend kilometers hiervandaan de kusten geselt terwijl zij hogedrukgebieden voor zich uit jaagt zodat dit grijze landje vandaag vervuld wordt van kleur en warmte.  Een briesje ademt de was droog, een winterslaapdronken vlieg ontwaakt op het witte blad waarop ik met balpen gretig noteer.

Onlangs zagen we grote roofvogels cirkelen boven de rotsen van Rocamadour, genoemd naar de kluizenaar Amadour, wiens lichaam daar vele honderden jaren na zijn dood volledig intact werd teruggevonden zodat de verbijsterde gelovigen ter plekke in een bouwwoede ontvlamden en allerlei heiligdommen ter zijner ere tegen de rotswand plakten, die later toeristen zouden lokken en souvenirswinkels en stinkende latrines.

De hongerige gieren, die zich niet hadden kunnen tegoed doen aan het heilige onsmakelijke lichaam van Amadour, waren er die dag van ons bezoek wel.

Eerlijk is eerlijk: we veronderstelden dat het gieren waren, want de verrekijker zat veilig en ver ingepakt tussen de vuile was en de verse roze look van Lautrec die de koffer  voorgoed van een geheel apart parfum zou voorzien.

Onze collectieve beslissing om de cirkelende dieren gieren te noemen, stemde me  dan ook vreugdevol.

Even vreugdevol als mij vandaag mijn spontane beslissing stemt om voor deze zondag, die enkel en alleen bestaat dank zij Ophelia, bepaalde adjectieven achterwege te laten.

Abnormaal, beangstigend, onrustwekkend, om er maar een paar te noemen.

Tijd om een heiligdom te bouwen.

 

 

Advertenties
Geplaatst in amusement, wereld | 1 reactie

Bambi’s mama en het Mandela-effect

Herinner jij je de dood van Bambi’s mama nog?

Ze rennen weg, er klinken geweerschoten, mama zijgt dodelijk gewond neer. Bambi probeert haar weer tot leven te wekken, valt tenslotte snikkend naast haar neer, en de tranen wellen op uit zijn grote ogen.

Ik herinnerde me nog hoe ik met hem mee snotterde tijdens mijn allereerste cinema-ervaring, ik was vermoedelijk acht, en op het levensgrote scherm was het verdriet van kleine Bambi levensechter dan echt.

Dus zat ik klaar, gisteren, met de zakdoek in de aanslag, om dit monumentale moment opnieuw te beleven. Want huilen zou ik, dat wist ik zo. Niet alleen om Bambi, maar om het kind in mezelf en het verdriet van het verlies dat er toen nog niet was, maar er onvermijdelijk aan zou komen ook al wist ik dat die namiddag in de cinema nog niet.

De zakdoek bleef ongebruikt. Niet omdat ik niet wilde, maar omdat het simpelweg niet kwam, de hartverscheurende sterfscène. Bambi holt het veilige woud in, mama niet. En opeens staat de afstandelijke vader daar, en zegt “je moeder komt niet meer”. Basta.

Dat ik me al die jaren de scène verkeerd herinnerd had, kwam niet in me op. Wel: verdorie toch, nu hebben ze dat ook al gecensureerd!

Ook mijn echtgenoot was zeker van de sterfscène. Al had hij niet gehuild, beweert hij, maar daar kan hij geen bewijzen van op tafel leggen.

Ik had ook een magisch kleurboek met Bambi-plaatjes. Je moest eerst het plaatje tevoorschijn toveren door zachtjes met een potlood over het witte blad te wrijven (maar je kon de zogenaamd onzichtbare lijntjes toch al genoeg zien om te weten waar je aan toe zou zijn, kleurgewijs, en plaatjes met te grote vlakken waren saai om  kleuren, dus liefst Bambi tussen de vogels, bloemetjes en vlinders, met dat grappige neurotische konijn erbij, Stamper, die moest in het grijs, ook een beetje saai), maar dat terzijde.

Dan maar het alwetende Web op, het heilige web dat liegt en bedriegt, de waarheid spreekt en de werkelijkheid onthult, al naargelang waar je het voor gebruikt, en wie je wil onderuit halen. Laten we dit ook terzijde, zo terzijde mogelijk.

Het Web was duidelijk: Bambi’s  mama sterft niet op het witte doek, maar wel  ver weg van de schijnwerpers, in alle onzichtbaarheid. Ze is stervend nooit in beeld geweest. Ook niet toen ik vermoedelijk acht was.

Geheel onverwachts doe ik een ontdekking. Dit fenomeen heeft een naam: het Mandela-effect. Blijkbaar zijn er heel wat mensen die er van overtuigd waren dat Mandela in de gevangenis gestorven was. Tot  hij president werd van Zuid-Afrika, en diezelfden uitriepen: Ik dacht dat hij al dood was?

Jongste dochter en vriendin hangen in de buurt rond terwijl ik dit schrijf, klaar om mij mijn schrijfmachine te ontfutselen en die dan weer hun navelstreng met de wereld te maken. Ik ondervraag hen over hun herinnering aan de film, en de dood van Bambi’s mama. “Wat heb je exact gezien?” Ze vertellen me alles precies zoals het was. Geen sterfscène in hun herinnering. Ze grinniken om mijn ontreddering, en vriendin zegt langs de neus weg: “Het Mandela-effect.” Dat kennen ze allebei al. Ze tonen me voorbeelden, maar geen zo indrukwekkend als de dood van Bambi’s mama.

Wie weet wat we ons nog allemaal collectief herinneren alsof het nooit is gebeurd?

Geplaatst in amusement, film | Een reactie plaatsen

Met de knots op de kop

 

Ik heb nooit gekregen wat ik wilde

Ik heb altijd gekregen wat ik niet wilde

Wat ik wil,

kan ik niet krijgen

 

Dus, om het te krijgen

Mag ik het niet willen

Want ik krijg alleen wat ik niet wil.

 

Wat ik wil, krijg ik niet

Wat ik krijg, wil ik niet

 

Ik kan het niet krijgen,

 omdat ik het wil.

Ik krijg het,

 omdat ik het niet wil.

 

Ik wil wat ik niet kan krijgen

Omdat

wat ik niet kan krijgen dat is wat ik wil.

 

Ik wil niet wat ik kan krijgen

Omdat

wat ik kan krijgen dat is wat ik niet wil.

 

Ik krijg nooit wat ik wil

Ik wil nooit wat ik krijg

 

Ik krijg wat ik verdien.

Ik verdien wat ik krijg.

 

Ik heb het ,

daarom verdien ik het.

 

Ik verdien het

omdat ik het heb.

 

Jij hebt het niet

en daarom verdien je het niet.

 

Je verdient het niet,

omdat je het niet hebt.

 

Je hebt het niet

omdat je het niet verdient.

 

Je verdient het niet,

en daarom heb je het niet.

 

(R.D. Laing, uit: Knots, 1970, in mijn vertaling, cursivering  van de auteur)

 

 

 

 

 

Geplaatst in amusement, herverteld | 1 reactie

Bewustzijn

Bewustzijn: bewust zijn. Zo eenvoudig is het.

(Chiqua Maqua, zomer 2017)

Geplaatst in de geheime schatkist, de oude indiaan spreekt | Een reactie plaatsen

Brief die begint met twee regels van Czeslaw Milosz – Matthew Olzmann

Matthew Olzmann is een Amerikaanse auteur en leraar. In onderstaand gedicht drukt hij zijn wanhoop en woede uit over de problematiek van het wapenbezit en de willekeurige schietpartijen waarmee hij en zijn leerlingen dagelijks geconfronteerd worden, alsof dit de normaalste zaak van de wereld is. En vooral: over het feit dat er niets verandert…

Toen ik het gedicht in het Engels las, was ik diep onder de indruk. Daarom heb ik het vertaald, in de hoop dat hier zoiets nooit realiteit wordt en Kevlar voor ons altijd een zoek-het-op-woordje blijft.

Brief die begint met twee regels van Czeslaw Milosz – Matthew Olzmann

 

Jij die ik niet kon redden,

luister naar mij.

 

Kunnen we akkoord gaan dat Kevlar

rugzakken overbodig zijn

 

voor jochies die naar school wandelen?

Diezelfde kinderen

 

zouden ook geen harnas

moeten dragen terwijl ze staan

 

in hun voortuin, of scherpschutters

vragen als rugdekking

 

terwijl ze eten bij Mc Donalds.

Ze zouden niet moeten halt houden

 

om de snelheid te berekenen

van een kogel en hoe die zou kunnen

 

hun lichamen vertimmeren. Maar

op een winterdag daarginds in Detroit

 

deed een leerling van mij

een deur open en stierf.

 

Het was de voordeur

van zijn huis, maar

 

het had om het even welke deur kunnen zijn,

en de kogel had om het even welke naam

 

kunnen schrijven. De schutter

was dertien jaar oud

 

en was aan het mikken

op iemand anders. Maar

 

een kogel maalt niet

om “mikken”, die maakt geen

 

onderscheid tussen

de onschuldigen en de onschuldigen,

 

en hoe had de kogel

moeten weten dat

 

dit ene joch de deur zou opendoen

op het exact verkeerde moment

 

omdat zijn vriend

buiten stond te schreeuwen

 

om hulp. Zei ik dat

ik “een” leerling had

 

die een deur opendeed en stierf?

Dat is fout.

 

Er waren er veel.

Het leslokaal voor verdriet

 

telde veel meer banken

dan het leslokaal voor wiskunde

 

hoewel elke leerling

in het  wiskundelokaal

 

in staat was de namen op te tellen

van de doden.

 

Een kind opent een deur. De kogel

kan dat onmogelijk weten,

 

en het wapen ook niet, omdat

“wapens geen mensen doden”, ze hebben

 

geen gedachten waarmee ze beslissen

over dergelijke dingen, ze kiezen niet

 

en hebben geen geweten

en als een mens geen

 

geweten heeft, noemen we hem

een psychopaat. Op die manier

 

zien we wat voor soort automatisch geweer

een mens kan zijn,

 

en hoe we kunnen ontdekken

welke hel er roffelt binnenin

 

ieder van hen. Vandaag

is er weer een

 

schietpartij met dode

jochies overal. Het was een school,

 

een filmzaal, een parkeerterrein.

De wereld

 

is vol van deuren.

En jij, die ik niet redden kan,

 

jij doet misschien een deur open

 

en stapt binnen in een weiland, of in een grafrede.

Als het dat laatste is, dan word jij

 

betreurd, en daarna begraven

in mooie woorden.

 

Dan komen er

monumenten van wetten,

 

bloemetjes gemaakt

van bureaucratische regels.

 

Wat moeten we doen? zullen we ons

weer afvragen. De aarde zal zich sluiten

 

als een deur boven jou.

Wat moeten we doen?

 

En de klik die je hoort?

Dat zijn onze stemmen maar,

 

de grendel van de discussie

die op zijn plaats schuift.

 

Copyright Matthew Olzmann 2016

 

Geplaatst in herverteld, poezie, wereld | Een reactie plaatsen

Zo een

Dit gedicht schreef ik op 23 maart 2016 maar ik kwam niet toe aan publiceren: het was immers pas gisteren gebeurd. Nu, een jaar na  Maalbeek en Zaventem, is het nog steeds gisteren. Gisteren schreef ik dit, vandaag opnieuw:

Zo een

Drijfzand, dadendrang en een kop vol zwart.
Duivelse klauw, doe je werk en knijp,
Knijp zo hard je kan.

Moeder met kind
Meisjes met schooltas
Haastige pendelaar

Vuurwerk van bloed en ledematen en –

Die jonge moeder met het slaperig dochtertje in haar armen
Twee giechelende meisjes op spijbelpad
De haastige pendelaar die zich overslapen had

– en was jij geen mens dan?

Iemand streelde je haar  en zong voor je bij het slapengaan.
Duivelse klauw, doe je werk. Knijp haar weg.

Hou van me, mama. Hou me vast.

Wat deeltjes jij, wat deeltjes zij.
We zijn nog nooit
Zo een geweest.

Geplaatst in de geheime schatkist, poezie, stilte, wereld | 3 reacties

verontwaardiging is geen optie meer

Omdat het regent en  grijstinten de namiddag verdonkeremanen, spring ik in een impuls binnen bij Jeroen. Jeroen kent mij niet, maar ik hem wel. Zijn naam staat in sierlijke letters op de deur die hij net wagenwijd heeft opengezet.

Terwijl hij bloemen voor mij uitkiest en bijeen bindt tot een wonderlijk boeketje zomer  vertelt hij mij met een glimlach zijn wedervaren. Hoe druk hij het heeft en hoe hij Valentijn nog niet verteerd heeft of de lente komt er al aangedraafd en hoe hij vorige nacht naar Nederland is gereisd om er plantjes op te halen, en hoe vanavond alweer een grote bestelling wacht en gelukkig produceert zijn koffiemachine sterke koffie en nee, een dutje zit er niet in, dat is voor na zijn pensioen.

Ikzelf, niet zo’n babbelaar, hou het bij een knikje en de vraag of hij zijn bloemetjes niet te uitgebreid wil inpakken omdat ik er zo meteen de verpakking toch weer afscheur maar zo naakte bloemetjes meegeven krijgt hij niet over zijn hart en hij doet er toch  een bescheiden papiertje rond, en het liefst zou ik hem vragen of hij gelukkig is met zijn fleurig leven, en of hij zich soms ook zorgen maakt om de wereld, en waarom hij me van alles vertelt dat ik niet meteen wil weten.

Maar zo is het. De ene kan niet stoppen met praten, de ander kan niet stoppen met zwijgen.

Als ik thuis kom, kan ik een flinke portie Pink Floyd gebruiken en youtube bezorgt me die in zo’n overvloed dat ik er de plotse veeltalige advertenties maar bij neem, ze zijn immers signalen uit mijn wereld, hoe hard ook ik er soms niet wil bij horen.

Ik heb Jeroens zomerbloemen nodig omdat ik je iets wil vertellen over verontwaardiging. En over hoe we misschien eindelijk een andere emotie nodig hebben in de wereld. Een emotie die lijkt op de oranje, doornloze rozen die hij me zopas verkocht. Een beetje gemanipuleerd misschien, maar doeltreffend om de vicieuze cirkel te doorbreken.

Zie je, ik ben er stilaan van overtuigd dat onze jarenlange collectieve verontwaardiging monsters heeft gebaard die dan de wereld zijn gaan regeren en weerom nieuwe verontwaardiging in het leven roepen en misschien nog meer monsters. Zodat we gaan vergeten dat in elk monster een klein jongetje schuilgaat die de aandacht van zijn papa wil trekken en schreeuwt om liefde. Tiens, toch blijkbaar allemaal, jongetjes.

Misschien redt humor de wereld wel. Ik merk met plezier de satire op die grote delen van de USA opnieuw verenigt.

Welke wereldleider (m/v/x) krijgen we cadeau als we allemaal kreupel liggen van het lachen omdat huilen geen optie meer is?

Het proberen waard.

Geplaatst in amusement, de geheime schatkist, muziek, wereld | 5 reacties