Zo smaakt alleen zij – Voor Eva Gerlach

Even was ik weg, weg met dichters. Ontegensprekelijk staan zij nog steeds dichterbij god.

Hun bundels koesteren zij plechtig in hun armen. Het zijn bijbels waaruit, eenmaal geopend, bladwijzers dwarrelen als vleugelloze vlinders. Zodat niet een van ons ooit terugvindt, de plaats waar wij gebleven zijn.

Hier misschien? Voor altijd hier.

Ben ik weer tien en moeder zegt: je mond is vies. Met een beetje spuug wrijft ze ruig doch liefdevol mijn lippen schoon.

Zo smaakt alleen zij.

Weer ben ik weg, ver weg van dichters. Zo broos als zij breekt immers niemand. Allitererend ontstijgen wij samen
het barokke beuken van het rijm, om bodemloos te vertalen
wat wij nooit uitspreken konden:

het is de liefde die ons bindt, het woord dat ons scheidt en de illusie wekt van waarheid.

(Bever, 29 januari 2012)

Geplaatst in schrijven | 1 reactie

U weet maar nooit

Wat heb ik vandaag op school geleerd: dat het woord geld in Botswana dezelfde naam heeft als regen, die daar zelden doch zacht en zoet en langverwacht valt en misschien is het een goed idee om het woord geld alhier de naam van de zon te geven, hoewel de zon ook steeds verdachter aan het worden is, denken we maar aan de zonnevlammen die naar verluidt onze hele elektriciteitsmikmak in de fik kunnen zetten als het niet was dat het zo lekker bewolkt was en dat alles terwijl medewerkers van boven alle verdenking staande ministers de kop van jut zijn als ze indiscrete mailtjes uit hun mailbox laten lekken (niets is waterdicht, niets maar dan ook niets, zelfs uw kleurig kaaweeke niet) terwijl natuurlijk het woord smeerlap een geheel andere betekenis heeft in de context van ministeriële confidentiële mails dan de betekenis die u eraan geeft, o onnadenkende, wat is een smeerlap meer dan een lap waarmee wij de smeer verwijderen, een schoonmakende functie als het ware dus wie kan daar iets op tegen hebben, vergeef het me overigens, ik ben weer eens in een puntloze stemming, want in de bibliotheek lag het vol afgedankte boeken, arm Joske Vandeloo en triest Wardje Ruyslinck tot 50 cent veroordeeld doch echter in goed gezelschap van onder andere zielige Lode Zielens met zijn beruchte Moeder Waarom Leven Wij, ik weet het verdorie nog altijd niet dus wie suggesties heeft, één adres, en zeggen dat ik het voor 50 cent had kunnen weten, een gemiste kans dus en het kenmerk van een gemiste kans is dat hij niet meer komt dus daar heb ik mooi eeuwig het raden naar, naar die waarom, tenzij u het wel weet natuurlijk, en zo is het altijd iets, want als we het over iets kunnen eens zijn, dan is het dat wel, iets is het altijd terwijl in tegenstelling hiermee gerust kan gesteld worden dat niets voor altijd is, maar dat is een ander paar mouwen, zodra die zonnevlammen vooralsnog doorbreken en ons virtuele wereldje doen exploderen en we terug moeten keren op de plakkerige modder van moeder aarde en met elkaar praten in plaats van te mailen, te chatten, te twitteren, te sms’en te smoelboeken, ‘t zou nogal wat zijn, een revolutie als het ware, aargh een mens en hij leeft nog een beetje, nee, dank het universum maar voor die wolken waardoor ons de grote calamiteit van de terugkeer naar het eenvoudige leven is gespaard gebleven, of althans voorlopig nog, want, en daar zal u het met mij – zelfs nu de Botswaanse centjes al dagenlang met bakken uit de lucht vallen – roerend, zoniet ontroerend eens zijn : U weet maar nooit.

Geplaatst in amusement, wereld | Plaats een reactie

beter vroeg dan nooit

Xinfangtengguali, dat staat op het doosje rond de plastic rolkalender die ons cadeau werd gedaan door onze plaatselijke wokchinees, made in China, en deze keer met recht en reden. Nergens is het zeewier groener dan bij onze wokchinees. Woorden als Xinfangtengguali werken inspirerend genoeg om na te laten snel eens de betekenis te gaan goeglen en de magie er van te niet te doen. Stel het je voor dat het betekent “onnozele westerse idioot lees meer Mao”, dan staan we goed voor schut .

We hebben meer van dat soort geheimzinnige woorden nodig in het nieuwe jaar. Maar het oude dreigt zich alvast proper en eveneens hoopvol af te sluiten . Nu zelfs de oude tijgers van onze Moeder de Heinige Kerk zich uitspreken tegen de consumentose en het ongebreidelde liberatitis, heb ik visioenen van Aarts- en andere bischoppen die zich parkeren voor het beursgebouw en hun aandelen in brand steken onder luid gejuich van dak- en ander lozen die daarna onderdak krijgen in het onmetelijk bisschoppelijk paleis om er door de kamermeisjes (en -jongens) gebaad, geboend en geknuffeld te worden.

Hoop doet leven. Als we het magisch-duistere jaar 2012 doorspartelen, ondanks Quicky, de Maya-kalender, Nostradamus, en onze oververhitrakende aardbol, is weer alles mogelijk. 2025 halen bijvoorbeeld, en een zuur, in het zweet des aanschijns verdiend pensioentje opstrijken om daarna het OCMW-rusthuis in te sukkelen en een pilleken te krijgen tegen sombere gedachten, aangesproken met “madammeke” en naar bed om 17 u wegens personeelstekort. Ik zie het al helemaal zitten. Vooral het pilleke. En op feestdagen à volonté.

Bon, laten we afsluiten met een waarlijk hoopvolle en van cynisme gespeende traditionele wens die boven alle verdenking staat: gelukkig Nieuwjaar. Beter vroeg dan nooit.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

de kers op de rottende taart

… we vroegen ons af hoe die rottende taart er dan wel uit zag, toen we deze gevleugelde uitspraak een tijdje geleden op de radio hoorden tijdens de afwas en of er al wormen uit de taart kwamen en waarom er een kers op moest, en waarom geen drol en ik bedacht dat ik een blogje moest schrijven met deze titel nu we toch een regering hebben en ik mijn blogzwijgprotest rustig kan doorbreken, net zoals anderen – in normale omstandigheden door de band genomen meestal mannen – hun baard afscheren of stoppen met friet eten, een blogzwijgprotest dat slechts laattijdig en volkomen onbewust is op gang gekomen maar erg rustgevend was, dat geef ik toe, al merk ik dat ik – eenmaal beginnend te schrijven – wel erg veel genot beleef aan het puntloze getokkel dat een zekere intoxicatie uitlokt dus daarom doe ik het misschien toch nog hoewel ik er even aan dacht er voorgoed een einde aan te maken aan dat geblog wegens gewenning aan het niet-doen – net zoals Obama die met thanksgiving vergat zijn kalkoen te zegenen, zo de godsvloek over het Amerikaanse volk uitsprak en meteen bewees dat hij onder dat frakske van beschaving – wordt zijn vel niet bleker en bleker naarmate hij langer president is? – toch nog altijd een Rooie Rakker is, was het maar waar, en waar moeten we in vredesnaam nog indignado gaan spelen, in onze achtertuin als er te veel molshopen verschijnen, stampvoetend hossen we rond en springen op en neer tot ze er horendul van worden, het is examentijd, mijn kinderen studeren de vreemdste dingen, sinussen en hannibal over de alpen, de sukkel hield maar één olifant meer over en moest er daarna het loodje bij leggen omdat hij getwijfeld had bij het platbranden van Rome waarvan Rome handig gebruik maakte om hem dan maar dezelfde poets te bakken en graag wens ik wijlen mijn moeder hierbij te citeren, die een heldin was in de nog veel gevleugelder woorden waar Ward de Bever een puntje aan kan zuigen, met name Kitje mie, Kitje were, zei ze, poets wederom poets, meestal betrekking hebbend op broeder-zusterlijk gekibbel, maar toepasbaar op de hele wereldgeschiedenis, of misschien op deze wijze in het Beschaafd Belgies te vertalen :Wie een taart gooit naar een ander, eet hem zelf op, en als u mij nu wilt verontschuldigen, ik moet dringend een tros lichtgevende kerstmannetjes ophangen…

Geplaatst in amusement, wereld | 2 reacties

Occupy Wet Street (en gooi meteen ook uw lichtbak buiten)

Op de ochtendtrein grabbelt een stevig gebouwde dertiger op weg naar obesitas met onverholen gretigheid in een kleurige plastic zak die chocoladebrood (met echte stukjes chocolade) adverteert. Een sneetje en dan nog eentje, en dan eentje om het af te leren, en een laatste omdat we er bijna zijn. Een echt smoefelaartje.
Dat de uiterste verbruiksdatum van zijn brood drie maanden in de toekomst ligt en er iemand stinkend rijk wordt op zijn ongezondheid, zou hij daar ooit van wakker liggen?

Langzaam haalt de wetenschap de intuïtie in. Mijn kwaliteitskrant die zich te buiten gaat in de pittige selectieve weetjes, vertelt me wat goed voor me is. Bomen zijn goed voor me. Dat is al enkele dagen statistisch bewezen. In tegenstelling tot fabrieksbrood, bevorderen ze het welbevinden op langere termijn. Onder een boom gaat alles beter. Wat een opluchting dat ik niet heb zitten wachten op de verspreiding van dit bericht.

Waar ik ook niet op heb zitten wachten, en wat me enige gefronste wenkbrauwen heeft bezorgd, is de beslissing om geen tv in huis te halen. Ook niet omwille van de kinderen. Zeker niet omwille van de kinderen. “Maar ze moeten toch mee zijn?” is een veelgestelde vraag. Ik heb nooit begrepen waarmee. Mijn kinderen zijn ondertussen best trots op dat tv-loos leven en halen hun schouders op als er commentaar komt. “Ik zou doodgaan zonder,” zei een vriendinnetje onlangs tegen mijn jongste dochter. Het omgekeerde is echter waar. Je gaat vroeger dood mét. Je wordt daarenboven gevoelig dommer, slomer, suikerzieker, alzheimeriger. Benieuwd echter hoeveel bewuste burgers er na het lezen van alle onweerlegbare bewijsmateriaal hun kankerbak op de schroothoop gooien.

Nu die andere lichtbak nog.

Over kamikazekonijnen gesproken: Graag was ik de voorbije dagen een vlieg geweest tegen het plafond van de anderzijds vlekkeloze kantoren van een Brave Slechte Bank, schoongemaakt tegen een hongerloon door zwarte madammekes die het daglicht niet mogen zien.

“Ge hebt er toch weer een ongelooflijk zootje van gemaakt!”
“Wij? Nee hoor. De conjunctuur, die heeft het gedaan. Wij hebben alleen maar gegozzeld, gegokt, gegulzigd, gegraaid. Maar als het niet van de conjunctuur was geweest…”
“Dus zullen we u moeten redden. Dat is onze heilige plicht. Voor volk en vaderland.”
“Dank u. Ik had niets anders verwacht. In ruil daarvoor zullen we discreet zijn met het uitbetalen van de eindejaarsbonussen voor de topmanagers. Een witte envelop zonder opschrift en geen kaviaar bij de toastjes.”
“En wat zeggen we tegen de kleine belastingbetaler?”
“Dat hij zijn broeksriempje nog een gaatje verder moet dichtsnoeren. We zullen hem een sleutelhanger geven met Nieuwjaar als blijk van vertrouwen.
“Niet overdrijven. Hou het low profile. En zorg dat het geen derde keer gebeurt!”
“Ach kom nou. Als het regent, knippen we toch allemaal onze paraplu open. Wie er geen heeft, krijgt alle druppels. Eigen schuld, dikke bult. Zangerige burgemeesters doen het, rondbuikige ex-politici doen het, je zou nat worden als je het niet doet.”
“U heeft gelijk. Als de Haan driemaal kraait, stoot de steenezel zich tegen dezelfde pot die de ketel verwijt dat hij een doorn in het oog heeft.”
“Een waarheid als een verdronken koe. Mag ik u nu uitnodigen voor een kleine versnapering in mijn zevensterrenhotelletje?”

Geplaatst in amusement | Plaats een reactie

met sterretje

Soms maak ik mijn spam-brievenbus leeg. Daarin vragen valse advocaten, weeskinderen, banken en loterijen mijn onverdeelde aandacht. Met een klik op de knop zijn ze verpulverd.

Soms maak ik mijn hoofd leeg. Dat duurt een beetje langer. En lukt nooit helemaal.

Daarin ontmoet ik een dame die een heel erg lelijke paraplu kocht omdat het opeens was beginnen regenen. Ze zei dat het al haar vijftiende paraplu was en dat die niet in een tasje hoefde. En het plastiekje mocht er ook af. ’t Was om direct te gebruiken. Ik had ook geen jas bij. Ik kreeg wel een tasje. Die hield ik boven mijn hoofd. Dat vond ik grappig. Dus liep ik lachend door de regen. Zou de dame met haar lelijke paraplu gelachen hebben?

In mijn hoofd zit eveneens een briesende eekhoorn. Ik vond hem in een hoge spar in het bosje bij het Galmende Klooster waar ik deze keer mijn vrijwel jaarlijkse confrontatie met het Niets aanga. Hij maakte heel bedreigende tsstss-geluiden en hoe ik er hem ook probeerde van te overtuigen dat ik niets kwaads in zin had, het lukte mij niet. Het arme beest had al te veel loze beloftes meegemaakt. In dat Galmende Klooster hadden zich honderden gelovigen van allerlei slag verzameld. Sommigen waren ervan overtuigd dat God van hen was en een beetje doof. Dus je moest hard genoeg schreeuwen en bij voorkeur ’s nachts, dan pas luistert Hij. Anderen waren dan weer aanhangers van het Niets, knepen hun lippen stijf dicht en verlangden naar watjes in de oren.

In mijn hoofd stuift zilt zeezand op terwijl ik uitwaai op het strand met mijn twee oudste vriendinnen. Een van hen draagt een grijs Chiro-rokje en stevige bottines. Alleen de vlechtjes zijn uit ons haar verdwenen. We lopen in een moment om niet te vergeten en dat later pas te weten, zoals zoveel momenten die we samen deelden.

Toch maar vasthouden en in de bewaarmap steken. Met sterretje.

Geplaatst in amusement, wereld | Plaats een reactie

de paraplu in het gat

- My memory card is full.

- ‘k en gezeid da’k men paraplu in zen gat gon steekn.

- Dames en heren, daar op de hoek is het allerkleinste gotische raampje van de hele wereld.

- Je prends un photo ici.

Ik ben naar het westen gereisd om de regen voorbij te zijn. Maar de druppels laten zich niet tegenhouden door weersvoorspellingen. Ze plenzen neer op de dwarsfluitende dames die discreet een euro van de toeristenmassa proberen te bemachtigen, ze plonzen in de ijsjes, op de kippenvelletjes in de zomershortjes, op de papierdunne fototoestelletjes – wanneer worden die dingetjes ooit zelfklikkend? Dat zou pas handig zijn: ze fotograferen helemaal autonoom als je op een place of interest bent terecht gekomen, zo hoef je nooit meer iets te missen. Als het op de foto staat, heb je het gezien. Als je mee op de foto staat, bewijs je je bestaan.

Dit is de plaats waar ik ooit de eed zwoer steeds naar terug te keren. In dit oord van ooit was ik meestal alleen. In de doodse stilte van ontelbare zondagnamiddagen zat ik op de stenen bank bij de buste van die strenge Spaanse meneer over het water te staren. Ik zou hier steeds opnieuw mezelf ontmoeten, vertelde ik mezelf. Wat er ooit gebeuren zou. Hoe dan ook. Hier zitten en denken over het leven. Altijd. Zo lang ik leef.

Ik was vijftien. Wist ik veel. Ik had geen benul van later. Geen benul van hoe het zou voelen als de cijfers bijna omgedraaid zouden zijn en ik me deze belofte aan mijn jonge zelf scherper dan ooit zou herinneren.

Van memory cards was geen sprake en van toeristen ook nauwelijks. Het kleinste gotische venstertje was een mooi geheim tussen deze plek en mezelf.

Hier is mijn bankje. Ik veeg de bezoekers met een fikse gedachtenzwiep de reien in en strek mijn benen uit. Hier is mijn balpen. Hier is mijn schrift. Hier zit ik en schrijf ik. Er is diep vanbinnen niets veranderd.

Geplaatst in schrijven, Uncategorized | Plaats een reactie